Zorg: de standaard die het verdient

1

Goede zorg, lijkt vanzelfsprekend, maar door bureaucratisering, budgettering en ‘nummertje in plaats van mensen’, lijkt het niet meer vanzelfsprekend dat goede zorg, voldoende zorg en op tijd bij u aan de deur mogelijk is. Maar dat is wel waar wij voor staan en van ons verwacht mag worden. De gemeente stond, staat en zal voorlopig nog wel even staan voor een grote opgave, het Rijk delegeert misschien de belangrijkste taak – zorg voor mensen – aan de gemeentes, maar stellen hoge eisen en ondertussen is de vraag groot en divers, van jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg, niet aangeboren hersenletsel tot zorg voor mensen met dementie. Deze kennis is er nu niet bij de gemeenten, deze is wel in het veld, bij de professionals. Gemeente, ga daar te rade. Er zijn een paar dingen die moeten gebeuren willen we de zorg de standaard (terug)geven die het verdient:

Bereikbaarheid van zorg voor iedereen
Op het moment dat er zorg nodig is, moet dit voor een groot gedeelte worden aangevraagd bij de gemeente. Echter zijn er meerdere wegen om de gemeente benaderen: de vraagwijzer, het gemeenteloket, het wijkteam, WMO-loket, etc. Dit is elke gemeente weer anders en verspreid geregeld. Er zijn ook zorginstellingen zelf die met meerdere aanmeldpunten, -loketten en -systemen werken. Dit leidt te vaak tot ‘kastje-muur’ en tot minder zorgaanvragen, waarmee een beleidsmatig effect wordt bewerkstelligd (bezuinigingen), maar geen betere zorg.

Bereikbaarheid voor iedereen betekent

  • Voor patiënten, cliënten en mantelzorgers moet duidelijk zijn wanneer je bij wie moet zijn.
  • Kunnen bellen naar een instantie.
  • Degene die de telefoon opneemt of de e-mail moet beantwoorden moet
    • Werken vanuit het standpunt: hoe kunnen we u helpen/ wat is er mogelijk
    • verstand van zaken hebben
  • Iedereen betekent, ook voor mensen die minder goed Nederlands spreken of anderszins beperkt zijn in hun communicatie (door bijv. autistiforme stoornissen, afasie, etc.)
  • Een makkelijk te gebruiken website is essentieel.
  • Er een goede samenwerking is tussen de gemeente/ het wijkteam en de hulpverleners: de wijkverpleegkundigen, sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen, het ziekenhuis (transferverpleegkundige) en de huisarts(enpraktijk).
  • Doordat er zorgcoöperaties worden gevormd, waarmee spreiding van het aanbond ontstaat dreigt er een tweedeling te ontstaan tussen hoogopgeleiden die de weg weten te vinden en laagopgeleiden die hier meer moeite mee hebben .
  • De postcode mag niet bepalend zijn welke zorg je kunt krijgen (dure medicatie/ behandeling) en welke prijs je daarvoor betaalt (huishoudelijke zorg en persoonlijke verzorging).

Zorgverleners terug naar ‘het bed’
Kwaliteitsregistraties, vaak vanuit wetenschappelijke verengingen, en accurate verslaglegging/ een goede overdracht zijn zowel in het ziekenhuis als door in de wijkzorg van groot belang voor het verbeteren van de zorg als geheel als de individuele zorg. Er zijn echter ontwikkelingen gaande die haaks staan op wat we voor ogen hebben: handen aan het bed en een participatiesamenleving/ prettig langer thuis wonen.

  • Er is een toegenomen regeldruk in ziekenhuizen, zorginstellingen en in de ambulante zorg die vooral de gevulde dossiers er beter doen laten uitzien, maar niet bijdragen aan betere zorg. Sterker nog, de tijd die verpleegkundigen en verzorgenden spenderen aan administratie kunnen ze niet spenderen aan ‘het bed’, daar waar het zó nodig is.
  • Regeldruk zou afnemen na de decentralisatie, het tegenovergestelde is het geval. Regeldruk leidt tot een verhoogde werkdruk. Zie ook ‘Red de Zorg’.
  • Er is te weinig erkenning voor mantelzorgers, geef ze de erkenning die ze verdienen en geef ze ook zelf de ruimte iets te doen met die erkenning en vul het niet zelf in, met andere woorden, laten we in alle gemeentes weer terug gaan naar de €200,– in cash en niet omzetten in bonnen, of een massale bedankmiddag. In Rotterdam worden extra activiteiten aangeboden, terwijl mantelzorgers het al druk genoeg hebben. Het is regelrechte bezuiniging en geen erkenning.
  • Mantelzorgers worden ook niet uitgenodigd bij keukentafelgesprekken of bij de (her)indicatie, omdat, zo luidt de verklaring ‘zij de hulpvraag minder duidelijk zouden kunnen maken’. Dit in tegenstelling tot het beleid ‘de omgeving van de cliënt er zo nauw mogelijk bij te betrekken’.
  • Er is te weinig erkenning voor professionals door het te veel moeten afleggen van verantwoording van hun tijd en de indicaties die zijn afgegeven door professionals worden niet altijd direct gevolgd, maar vaak getoetst door ambtenaren van de gemeenste.
  • De gemeente voert dus maximaal de regie, zij bepalen, betalen, voeren uit, evalueren en controleren.

Wat staat ons te doen

  • Stel de cliënt/ patiënt en de hulpvraag centraal
  • Investeer in bereikbaarheid van wijkteams, het gemeenteloket, de vraagwijzer
  • Investeer in kennis van de werknemers van de gemeente
  • Erken de kwaliteit en onmisbaarheid van mantelzorgers naar behoren
  • Erken de kwaliteit en professie van verzorgenden, (wijk)verpleegkundigen en artsen
  • Meer wijkverpleegkundigen en geef hen ook weer de regierol terug zoals eerder beloofd
  • Door bovenstaande te doen zorgen we ook voor snél, adequate zorg op de juiste plek, zoals nu niet het geval is, zo blijkt uit recente presentatie van de ombudsman Rotterdam
Delen.

Over de auteur

Matthijs van der Meulen

Werkzaam in de zorg in Rotterdam. Lid van de PvdA Rotterdam.

  • Jolien

    Helemaal mee eens.

    Het is belangrijk om de regie zoveel mogelijk terug te geven aan mensen zelf. Daarvoor moet het Rijk vertrouwen hebben in gemeentes en geen overdreven hoge eisen stellen. Daarnaast moeten gemeentes professionals vertrouwen en hen de vrijheid geven om goed maatwerk te kunnen leveren. Er moet veel interactie zijn tussen jeugd- en sociale wijkteams en de gemeenten, zodat zij ervoor kunnen zorgen, dat de teams niet worden belemmerd om te doen wat nodig is.

    Door toenemende bureaucratie gaat de kwaliteit van zorg inderdaad omlaag. Schrijnende gevallen en incidenten worden echter niet voorkomen door het invullen van extra formuliertjes. Dat kost de professional allemaal tijd die besteedt zou kunnen worden aan preventie en zorg en die de cliënt graag terug zou krijgen in verzorgings- en verplegingsuren.

    Bovengemeentelijke samenwerking is inderdaad noodzakelijk om de kwaliteit hoog te houden. Het vormen van zorgcoöperaties is belangrijk omdat kleine gemeenten moeilijker kunnen contracteren. Het gevaar bestaat inderdaad dat specialistische zorg in bepaalde regio’s verdwijnt, hier moeten we voor waken. Dat laagopgeleiden moeilijker de weg weten te vinden naar de benodigde zorg is denk ik niet zozeer het geval. Door de komst van de sociale wijkteams en de decentralisatie naar de gemeenten is de zorg dichter bij de mensen gekomen en worden ook laagopgeleiden bereikt en geholpen of doorverwezen naar een specialist. De wijkteams moeten wel de middelen hebben om alle hulpvragen te behandelen en zichtbaar te zijn in de wijk.

    De postcode mag inderdaad niet bepalend zijn voor welke zorg je kunt krijgen en hoeveel je daarvoor betaalt. Het is niet de bedoeling dat mensen moeten gaan verhuizen voor goede zorg. Dit moet bewaakt worden. Dat er kleine verschillen gaan ontstaan in het aanbod in gemeenten is echter onvermijdelijk aangezien zij zelf mogen contracteren. Differentiatie is in die zin ook niet slecht, want in verschillende gemeentes spelen variëren de problemen en zijn er dus verschillende behoeftes. Het is goed dat gemeentes daarop inspelen. Hetzelfde geldt voor wijken. Daarom is het belangrijk dat de samenstelling van wijkteams hierop wordt aangepast.

    Tot slot is het inderdaad van belang dat mantelzorgers erkenning krijgen. Hetzelfde geldt overigens voor vrijwilligers. Er is een grote bereidheid onder burgers om iets te doen voor een ander. Deze mensen moeten echter wel gemobiliseerd en begeleid worden. Organisaties moeten meer middelen krijgen om dit goed te kunnen doen.
    Dit alles heeft echter tijd nodig. Gemeentes, professionals en betrokken organisaties moeten hier samen een weg in vinden. Het is daarom belangrijk dat het Rijk hen de tijd geeft om dit te doen en niet verder bezuinigt.