Waar blijft de beloofde ruimte voor zeggenschap bij decentralisaties?

0

De retoriek van de participatiesamenleving gaat uit van het idee dat mensen zoveel mogelijk zaken zelf kunnen en willen zelf regelen. Het kabinetsbeleid is erop gericht om deze ontwikkeling te ondersteunen, maar ook de overheidsfinanciën in balans te krijgen. Zo moeten decentralisaties de zorg dichter bij mensen brengen en de zorg efficiënter maken. Dat de rijksoverheid verantwoordelijkheden overdraagt en bezuinigingen realiseert is duidelijk zichtbaar voor burgers, maar hebben zorgafnemers en zorgverleners ook meer zeggenschap gekregen over wonen, zorg en welzijn? In allerlei gemeentehuizen wordt hard gewerkt om de decentralisaties zo soepel en spoedig mogelijk te laten verlopen. Dat is al een hele klus. Echt de ruimte nemen om gelijktijdig te werken aan ontschotting van de zorg en een nieuw machtsevenwicht tussen gemeenten, professionele instellingen en burgers is een ander verhaal. Er is haast en het budget is krap (Witteveen 2014: 413). Dan zijn bestuurders en ambtenaren geneigd om decentralisaties beleidsneutraal door te voeren en taken uit te (laten) voeren op de vertrouwde wijze met de vertrouwde instellingen. Toch knaagt er iets. Want waar blijft die beloofde ruimte voor zeggenschap?

Klik hier om het volledige artikel te downloaden.

Delen.

Over de auteur

Meike Bokhorst

Dr. A.M. (Meike) Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven en bouwt voort op het themanummer van Bestuurskunde over burgercoöperaties.