Standenmaatschappij en beroepsziekten

1

Er zijn grote gezondheidsverschillen tussen hoog- en laagopgeleide mensen. Laagopgeleide mensen leven 20 jaar minder in goede gezondheid en sterven gemiddeld zeven jaar eerder dan hoogopgeleide mensen. Sociaal economische gezondheidsverschillen kunnen worden verkleind met een krachtige aanpak van beroepsziekten, omdat beroepsziekten vaker voorkomen bij mensen met een lagere opleiding dan bij mensen met hogere opleiding. Beroepsziekten vormen een uitingsvorm van de standenklassenmaatschappij.

Anno 2015 sterven in Nederland jaarlijks 3.700 mensen aan een beroepsziekte en krijgen ruim 14.000 mensen een beroepsziekte. Een disproportioneel groot aantal sterfgevallen door beroepsziekten wordt veroorzaakt bij mensen die op hun werk gevaarlijke stoffen inademen. Zo sterven er jaarlijks 2.000 mensen door het (jarenlang) inademen van gevaarlijke stoffen. Beroepsziekten zorgen voor veel leed bij de arbeiders en gezinnen die het treft: moeten leven met een slechte gezondheid die jarenlang achteruit gaat, niet of minder kunnen werken en daardoor minder inkomsten, minder ontplooiingsmogelijkheden, sociaal isolement, kans op depressiviteit.

Opvallend is de geringe aandacht die er is voor het grote aantal sterfgevallen aan beroepsziekten. In veel gevallen zijn veilige en gezonde werkwijzen al lang uitgevonden. Alleen ze worden slecht toegepast. Zelfs onder bedrijfsartsen is de aandacht voor beroepsziekten gering, zo heeft meer dan 50% van de bedrijfsartsen nog nooit een beroepsziekte gemeld. Zowel landelijk als lokaal zijn er mogelijkheden het aantal beroepszieken te verkleinen. Het belangrijkst is dat met een integrale systematische aanpak, systematisch wordt toegewerkt naar minder doden. Net zoals het aantal verkeersdoden systematisch is verlaagd. Op deze wijze wordt concreet werk gemaakt van het verkleinen van de gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleide mensen, zoals voorgenomen in het PvdA verkiezingsprogramma en het Regeerakkoord “bruggen bouwen”.

Klik hier om het volledige artikel als pdf te lezen.

Delen.

Over de auteur

Emiel Rolink

Emiel Rolink (1975) heeft drie kinderen en woont in Houten. Emiel is sinds 1998 lid van de PvdA en is vijf jaar voorzitter is geweest van de PvdA afdeling Houten. Emiel werkt bij de Long Alliantie Nederland (LAN), de federatieve vereniging met als doel het versterken van preventie en zorg voor de één miljoen mensen met een chronische longziekte in ons land. Bij de LAN zijn 35 landelijke organisaties aangesloten: patiëntenverenigingen, beroeps- en brancheverenigingen, zorgverzekeraars, onderzoekers, fondsen en bedrijven. Samenwerking zorgt voor synergie en dat is goed voor mensen met een longziekte. Meer informatie: www.longalliantie.nl

  • Janneke

    Er moet inderdaad meer aandacht komen voor beroepsziekten,
    maar de aangedragen oplossingen kunnen denk ik concreter. Het goed in kaart
    brengen van beroepsziekten is, zoals de auteur ook aangeeft, een belangrijke
    eerste stap. Een probleem is nu dat het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten
    geen enkele mogelijkheid heeft tot sanctionering van het niet-melden, ondanks
    dat dit voor bedrijfsartsen wel wettelijk verplicht is. Je kunt je afvragen of
    het überhaupt wenselijk is wanneer bedrijfsartsen bestraft worden wanneer zij
    een beroepsziekte niet melden.

    In het Verenigd Koninkrijk hebben ze een systeem wat in mijn
    optiek tegemoet komt aan de expertise van verschillende instanties, de
    verantwoordelijkheid bij de juiste persoon legt en tot meer meldingen leidt. Werkgevers
    zijn daar verplicht om een beroepsziekte (maar ook bedrijfsongevallen) te
    melden bij de Health and Safety Executive (vergelijkbaar met onze ISZW).
    Daarnaast kunnen bedrijfsartsen en andere medische professionals op vrijwillige
    basis beroepsziektes melden bij the Centre for Occupational and Environmental
    Health, verbonden aan de Universiteit van Manchester ten behoeve van het
    wetenschappelijk onderzoek/de diagnostisering van beroepsziekten (zie hier de
    parallel met het NCvB). In dit systeem wordt de werkgever aangesproken op zijn
    verantwoordelijkheid voor de werknemer, en de bedrijfsarts op zijn medische
    professionaliteit.

    Voor Nederland kan dit betekenen dat er op het terrein van
    beroepsziekten een belangrijkere rol komt voor de Inspectie SZW. Daarnaast zou
    het NCvB ook zeker moeten blijven bestaan, maar vooral vanwege de medische
    expertise. Het is een ingrijpende stelselwijziging, maar toch denk ik dat het
    nuttiger is om te kijken naar de fundamenten van het systeem i.p.v. dat er hier
    een daar een paar miljoen extra vrij gemaakt wordt voor een nieuwe (tijdelijke)
    bewustwordingscampagne.