Robotisering en Arbeid

0

De mens gebruikt meer en meer gereedschap. Waar we vroeger met tientallen mensen tegen een steen aanduwden, gebruik we nu één hydraulische pomp. Waar vroeger honderden vingers werden ingezet in een fabriek, zetten we nu een paar robots in. Alle arbeiders die vervangen waren kunnen nu nadenken over zinvollere zaken zoals marketing, boekhouding of kunnen een andere waardevolle dienst leveren in onze maatschappij. Kortom: tot nu toe hebben alle technologische ontwikkelingen onze productie vergroot en ons de ruimte gegeven onze krachten elders in te zetten.

Nieuwe ontwikkelingen zoals het “internet of things”, big data, zelflerende computers en algemeen inzetbare robots zullen mensen oninzetbaar maken op de arbeidsmarkt. Robots zullen op den duur waarschijnlijk bijna al ons werk beter en goedkoper kunnen doen. Robots zijn niet alleen sneller, sterker, goedkoper en scherper:De ontwikkeling van zelflerende software geeft robots ook de potentie om slimmer en misschien zelfs creatiever te zijn.

Werk dat zal verdwijnen
In de Nederlandse transportsector werken alleen al 140.000 mensen. Wereldwijd zijn dat er meer dan 70 miljoen. Zelfrijdende auto’s en vrachtwagens zijn echt en vormen een directe bedreiging voor een groot deel van de banen binnen deze sector. Maar ook in vele andere sectoren zullen er snel veel banen verdwijnen: Het maken van de stap van elektrische grasmaaier naar automatische hovenier is niet groot; het 3D printen van volledige gebouwen is binnenkort mogelijk; Philips heeft bijvoorbeeld al een fabriek waar robots met minimale supervisie (9 arbeidskrachten als controleurs) scheerapparaten maken.

Het snelst zullen er dus veel banen verdwijnen aan de onderkant van de socio-economische piramide. Langzaam maar zeker zullen echter ook de banen in de top van deze piramide verdwijnen: eerst de spierkracht, dan de denkkracht. In sommige sectoren waar veel behoefte is aan menselijk contact zoals bijvoorbeeld, in de de zorg zullen niet zomaar alle banen verdwijnen. Wel zal ook in de zorgsector robotisering haar intrede doen, zij het wellicht supplementair. De arbeid zal dus gaan veranderen.

Werk dat zal veranderen
Zolang er nog veel banen bestaan zullen deze echter ook drastisch in karakter veranderen door automatisering. Meer en meer zullen we werk meetbaar en controleerbaar willen maken. Statistiek zal ons in steeds verdere mate helpen in het maken van beslissingen. Werkgevers zullen productiviteit accurater willen meten. Het verzamelen van biomedische gegevens van de werknemers verzamelen is in deze optiek te verwachten. Data is kennis, en kennis is geld. De voordelen kunnen groot zijn: meer inzicht in ons eigen werk en op onze eigen gezondheid: zowel mentale als fysieke.

Het nadeel is echter dat als er niet ingegrepen wordt, werkgevers de mogelijkheden krijgen 1984-achtige taferelen op de werkvloer te bewerkstelligen. Meer informatie over zijn werknemers geeft de werkgever meer macht. En meer macht betekent dat het sociale contract tussen werkgever en werknemer op losse schroeven komt te staan.

Oplossingsrichtingen
-Verdere democratisering van de werkplek om het sociaal contract tussen werkgever en werknemer te verduurzamen

Om de macht over data niet geheel aan de werkgever te laten, moeten duidelijke lijnen worden uitgezet. De werknemer moet baas blijven over eigen data. We denken hierbij bijvoorbeeld aan het bijhouden van productiviteitsdata per werknemer door het dragen van polsbandjes die biomedische data opnemen of inzage in persoonlijke computerprofielen van de werknemer, gedrag op sociale media etc. (het monitoren van gedrag als een soort van 21e Eeuwse prikklok). Ook zien wij problemen met betrekking tot persoonlijke data en informatie van burgers richting bijvoorbeeld zorgverzekeraars, maar dit artikel richt zich op arbeid en laat deze ontwikkelingen buiten beschouwing.

Daarnaast moet de werknemer meer zeggenschap krijgen op de werkvloer. Zo moet bepaalde persoonlijke informatie alleen in te zien zijn voor de werkgever als de persoon waarover de informatie gaat daar zelf toestemming voor heeft gegeven. Tot slot word er op de nieuw ontstane werksituatie ook iets verwacht van de werkgever.

Wij denken dan aan een zorgplicht voor de werkgever. Zo moet hij of zij de werknemer bijvoorbeeld een vrije dag geven als een werknemer ziekteverschijnselen vertoond. Ook kan bijvoorbeeld eerder worden ingegrepen als een werknemer signalen geeft van oververmoeidheid. Kortom, een gereguleerd speelveld in data op de werkvloer, de werknemer baas over eigen data en een verantwoordelijke werkgever. Zo kunnen we bijdragen aan een nieuw toekomstbestendig sociaal contract.

-Het omscholen van werknemers in sectoren die het hardst en snelst getroffen zullen worden door verdere automatisering

het begint nu al duidelijk te worden dat sommige sectoren door automatisering en robotisering ingrijpend zullen veranderen. Zoals eerder genoemd zal eerst veel spierkracht en daarna ook denkkracht worden overgenomen door machines. Alleen al om de vele arbeidskrachten in de transportsector die hierdoor mogelijk zonder baan komen te zitten is een politieke reactie noodzakelijk. De Partij van de Arbeid moet nu werk maken voor de arbeid van morgen. Een antwoord op de problematiek moet er zijn voordat massaontslagen aan de orde van de dag zijn. Hierbij kan worden gedacht aan het identificeren van “krachtsectoren” waar de nieuwe technieken hun eerste impact zullen vinden, bijvoorbeeld de eerder genoemde transportsector. Naast waarschuwen voor de gevolgen moet de politiek vooral een oplossing bieden voor deze arbeiders van de 21e eeuw. Zo moeten werkenden in deze sectoren voorrang krijgen in omscholingstrajecten. Maar ook moeten sectoren waar wel werk blijft worden gestimuleerd. Denk aan technische-, zorg- of dienstensectoren. Zo kan de toekomstige arbeider aan de arbeid blijven deelnemen.

-Het sterker belasten van kapitaal om een verdere opstapeling ervan sterker tegen te gaan

Om er voor te zorgen dat Robots er zijn voor ons allemaal, moeten we antwoorden verzinnen op een nieuw ontstaan verdelingsvraagstuk. Het moet niet zo zijn dat alleen de eigenaren van robots en machines profiteren van de nieuwe ontwikkelingen. Toekomstige arbeiders kunnen er immers hun baan door verliezen. Vooral de lagere opgeleiden zullen het dupe zijn. Daarom moet van beide partijen een offer worden gevraagd, zodat robots werken voor ons allemaal. De kapitaalbezitter zal op zijn beurt een kapitaalbelasting moeten betalen voor het bezitten en inzetten van moderne robots en machines. Hieruit kunnen bijvoorbeeld omscholingstrajecten worden gefinancierd. De werknemer zal daarentegen werkuren moeten inleveren. Door deze arbeidsduurverkorting zal op de langere termijn genoeg wek overblijven voor de moderne arbeider. Dit dus zelfs als omscholing alleen niet genoeg is. Nadenken over het verdelingsvraagstuk dat robots met zich mee brengen is van het grootste belang. Morgen zal alles nog hetzelfde zijn, maar de ontwikkelingen kunnen snel gaan. Voorsorteren op de toekomstige arbeidsmarkt is dus geboden.

Dit stuk is tot stand gekomen op de Jong WBS Zomerschool. De volgende auteurs hebben gezamenlijk bijgedragen aan dit artikel. Peter de Lange, Frits Grotenhuis, Jelmer Staal ,Annemarie Rullens, Frank van de Wolde, Nik Jan de Boer, Jintro Pauly, Lucas van Bilderbeek

Delen.

Over de auteur

Lucas van Bilderbeek

Engels docent, webredacteur, Japanoloog, loopt ook rond op de WBS en Jong WBS.