Mondriaans polderen

0

“Een historisch akkoord”, noemde vicepremier Lodewijk Asscher het Sociaal Akkoord dat werkgevers, werknemers en het kabinet 11 april in 2013 in het Haagse Mondriaan College met elkaar aangingen. In dit Mondriaan- akkoord werd o.a. het nieuwe design voor de arbeidsmarkt en sociale zekerheid voor middellange termijn geschetst. Zoals nagenoeg alle schetsen voor de middellange termijn zat ook in deze afspraken een behoorlijke portie “beleidskubisme” om maar bij Mondriaan te blijven. Schetsen met strakke lijnen die veelal door voortschrijdende inzichten en nieuwe verhoudingen niet of op een geheel ander wijze tot uitvoering worden gebracht. We zijn nu twee jaar verder. Tijd voor een tussenbalans.

Een nieuwe ordening voor de regionale arbeidsmarkt en sociale zekerheid
Eén van de kernpunten was de afspraak dat sociale partners op kort termijn en in samenwerking met de andere betrokken partijen een nieuwe, houdbare infrastructuur zouden gaan ontwikkelen voor de regionale arbeidsmarkt. Weliswaar, zo werd geconstateerd, is er sprake van circa 35 arbeidsmarktregio’s maar de besluitvorming is nog steeds voorbehouden aan 400 gemeenten.

Belangrijk pijler in de nieuwe structuur was de afspraak om te komen tot 35 zogenoemde Werkbedrijven. Deze Werkbedrijven, waarin UWV, gemeenten en sociale partners samenwerken, zijn verantwoordelijk voor het regionale arbeidsmarktbeleid en de realisatie van de gemaakte banenafspraak voor mensen met een arbeidsbeperking. Bij de presentatie van de plannen ontstond de reflex van is dit Arbeidsvoorziening revisited? Geenszins is dat het geval. Het kabinet koos voor een terughoudende rol door met een algemene maatregel van bestuur voor de Werkbedrijven te komen met zeer algemene richtlijnen. Inmiddels zijn er regionale Werkbedrijven in allerlei soorten en maten. Het ontbreekt nog aan een landelijk beeld wat ze nu allemaal exact doen, welke resultaten ze boeken en hoe ze eigenlijk tot besluitvorming komen, immers de besluitvorming is nog steeds voorbehouden aan inmiddels 393 gemeenten.  De vraag is gerechtvaardigd of deze aanpak met een bescheiden centrale sturing en een besluitvorming die nog steeds is voorbehouden aan afzonderlijke gemeenten de juiste voorwaarden scheppen voor krachtige arbeidsmarktregio’s zoals afgesproken in het Mondriaan Akkoord. Voorkomen moet worden dat de Werkbedrijven verworden tot papieren tijgers. Tegelijkertijd is een nieuwe ordening hard nodig om regionale arbeidsmarktvraagstukken met elkaar goed aan te pakken en landelijke sectorale plannen op eenvoudige wijze te vertalen naar regionale en (intersectorale) behoeften en mogelijkheden.

Van werk-naar-werk
De arbeidsmarkt van nu vraagt om meer initiatief en meer aanpassingsvermogen dan in het verleden. Sociale partners hebben in het Mondriaan akkoord afspraken gemaakt om te investeren in een betere infrastructuur voor van werk-naar-werk voorzieningen. Mogelijkheden voor om, her – en bijscholing zijn er nagenoeg niet als je werkzoekende bent , laat staan dat je hier een gesprek over kan voeren bij het UWV.

In de Wet Werk en Zekerheid is een transitievergoeding opgenomen maar er is meer nodig. Het wordt hoog tijd dat de O&O fondsen worden omgevormd naar transitiefondsen die sector overstijgend werken en ook openstaan voor flexwerkers. We zien ondanks de intenties die zijn uitgesproken, nog onvoldoende vooruitgang op dit terrein.

Werken, ook met een beperking
Historisch is ook de Mondriaan afspraak dat tot 2025 125.000 extra banen (100.000 in de marktsector en 25.000 bij de overheid) voor mensen met een arbeidsbeperking worden gerealiseerd. Lukt het niet deze plaatsingen te realiseren dan kan het kabinet overgaan tot het invoeren van een quotum. Eind dit jaar zullen er in de marktsector 6000 extra plaatsingen moeten worden en bij de overheid 3000 extra plaatsingen.

De brancheorganisatie voor de sociale werkvoorziening Cedris, gaf onlangs aan dat In 2013 en 2014 slechts 416 mensen meer aan het werk zijn gekomen, terwijl volgens staatssecretaris Klijnsma in die periode een kleine 11.000 banen bij bedrijven zijn gerealiseerd. Het vertekende beeld wordt volgens Cedris veroorzaakt door het meetellen van mensen die al in sociale werkvoorziening werkzaam zijn. Hoe de cijfers ook verzameld of geïnterpreteerd worden, duidelijk is dat een flinke extra inspanning nodig om de afgesproken ambities waar te maken. Dat vraagt om aanvullende afspraken tussen kabinet, gemeenten, UWV en sociale partners.

Schrijnend zijn de berichten over het aantal banen voor de mensen die aangewezen zijn op een beschutte werkplek. De afspraak was om voor deze groep 30.000 banen te realiseren. Job Cohen, voorzitter van Cedris, gaf in Binnenlands Bestuur onlangs aan dat als we aan het eind van het jaar op 100 plekken komen, het er al veel zijn. Er moeten eind dit jaar 1600 plekken gerealiseerd worden. Ook hier lijkt sprake van onmacht van eigen makelij. Het is nu noodzakelijk dat het kabinet de regie neemt om knopen door te hakken zodat het eenvoudiger wordt de beschutte werkplekken te creëren en in te vullen.

Boogie-woogie in de polder
De rechte lijnen en de huidige hoekigheid in de verhoudingen geven de huidige staat van de polder een Mondriaans tint. Een zorgelijk beeld gezien de uitdagingen waar we voor staan. Gelukkig kennen we Mondriaan ook als een grote jazz liefhebber. Het wordt tijd voor meer boogie woogie in de polder: voor meer beweging en vooruitgang van de uitvoering van de mooie afspraken die in 2013 gemaakt zijn. Dat vereist regie en sturing , het nemen van verantwoordelijkheid en vooral ook aandacht voor de uitvoering. Op naar de victory voor een inclusieve arbeidsmarkt!

 

Delen.

Over de auteur

Bert Otten en Auke Blaauwbroek

Auke Blaauwbroek is oud- wethouder in Tilburg en heeft namens de FNV zitting in de Werkbedrijven Noord en Zuid-oost Brabant. Bert Otten is oud-wethouder in Hengelo en fellow bij de WBS.