Meer zeggenschap organiseren in publieke sector

2

Onvrede met de politiek, onvrede met de PvdA ook, wordt voor een deel ingegeven door gebrek aan zeggenschap over belangrijke terreinen in ons leven. We maken ons zorgen en worden kwaad over wat ons overkomt in de zorg, bij het onderwijs, in de sociale zekerheid, huisvesting. Het gaat niet om de bezuinigingen zozeer als wel om de afstandelijke manier waarop een ambtenaar, een indicatiesteller of hooguit een website of mailtje, je meldt dat iets wat gewoon was, nu niet meer geldt omdat ‘Den Haag’ dat besloten had als onderdeel van een abstracte hervormingsoperatie dan wel kwaliteitsimpuls.
Landelijke politiek in Nederland werkt op grote afstand van de individuele burger. Eenmaal per zoveel jaar kun je stemmen en welk kleur kabinet eruit rolt heeft men lijdzaam af te wachten. Het idee is dat de landelijke politiek wel van onderaf wordt gevoed. Politici gaan de straat op immers, houden spreekuren, hebben ombudsteams. Allemaal waar, maar het creert onmacht en afhankelijkheid.
Wat er gebeurt in Nederland, wat burgers van belang vinden en wat hen “overkomt” wordt grotendeels bepaald door geprivatiseerde en inherent ondemocratische organisaties met grote institutionele en financiële belangen in sectoren die volledig worden gefinancierd met belasting en premiegeld van burgers. Het probleem met zeggenschap in Nederland is, dat de politiek zich grotendeels heeft teruggetrokken uit publiek gefinancierde sectoren zonder een systeem waarmee burgers invloed daarop uit te oefenen.
Kijk naar de onderwijssector. In Europese landen is het vrij normaal dat de scholen van de overheid zijn. De overheid betaalt en bepaalt vaak het beleid tot en met het nationale curriculum. Wie daar invloed wil op het beleid van de scholen gaat naar lokale en landelijke politici en laat instemming of teleurstelling blijken via openbaar politiek debat en zijn stem bij verkiezingen. In Nederland is dat heel anders. Van oudsher hebben we naast religieuze scholen openbare scholen en we zorgden ervoor dat in voor elke burger in elk dorp of elke stad zo’n openbare school beschikbaar was. Waarom en wanneer het precies gebeurde is mij niet duidelijk, maar gemeenteraden hebben hun zeggenschap over openbare scholen ondergebracht in private stichtingen met bestuurders waarvoor nooit een verkiezing wordt georganiseerd. Wie in Nederland invloed wil op het beleid van scholen verzandt in een moeras. De politiek stopt al het geld in een lumpsum voor besturen van scholen en vertrouwt erop dat de “profesional” daarmee goed werk doet. Maar leerling noch docent komen eraan te pas. De besturen bepalen waar de euro’s voor onderwijs aan worden besteedt. Individuele docenten hebben geen greep op de bestuurders van hun eigen school. Wie het niet eens is met beleid kiest een andere school om te werken of zijn kind naar toe te sturen.
Kijk naar de woningbouw. Gemeenten hebben eigen woningbedrijven, waarvoor de gemeenteraad beleid uitzette, van de hand gedaan. Corporaties zijn nu commerciele bedrijven. Wie invloed wil op sociale woningbouw moet naar benoemde bestuurders met salarissen, rechtspositie en de arrogantie van directeuren uit het bedrijfsleven.
Kijk naar de zorg. Er gaat 27 miljard euro om inde zorg in Nederland waarvan de helft naar langdurige zorg gaat voor ouderen en mensen met een handicap. Het is premiegeld, door ieder opgebracht en het wordt uitgegeven door grootschalige private stichtingen bestuurd door beroepsbetsuurders die aan de ontvangers van zorg nooit verantwoording hoeven af te leggen over hun beleid. Het enige moment van invloed bij zorgconsumenten is de keuze voor zorgverzekeraar (een klein aantal oligopolisten) en de zorgaanbieder. Bij de langdurige zorg is per regio doorgaans één monopolist. Lichte vormen van zorg (wmo, jeugdzorg) zijn teruggebracht naar gemeenten. Maar gemeenteraden staan daar buitenspel na grootschalige aanbestedingen waaraan kleinere gemeenten meedoen via samenwerkingsverbanden.
Bij de laatste zorghervorming bedacht de politiek dat de individuele zorgconsument invloed kon uitoefenen op de kwaliteit van de zorg door als consument op te treden. Bij slechte zorg, kiest de zorgontvanger toch voor een andere aanbieder? Dit systeem miskent volledig dat individuele consumenten weinig invloed hebben op monopolisten. Wie gaat zijn oude moeder elk jaar verhuizen zoals hij een andere stroomleverancier kiest? Het systeem miskent ook dat het beleid van zorgverzekeraars en zorgaanbieders (en trouwens ook scholen en huisvesters) bewaakt moet worden door groepen burgers die niet alleen letten op hun individuele belang maar ook het publieke belang bewaken.
In Nederland gaan miljarden publiek geld om in instellingen die niet democratisch worden bestuurd, waarvan bestuurders aan niemand behalve zelfgekozen geestverwanten in Raden van Toezicht verantwoording afleggen. Er is veel protest tegen bezuinigingen in de sociale sector en terecht. Maar besef ook hoeveel miljarden euro’s er nog altijd omgaan in de zorg, onderwijs, sociale woningbouw (en realiseer je dan dat er helemaal niet zoveel wordt bezuinigd) en vraag u eens af of al dit geld wel goed wordt besteed en waarom niemand van al diegenen die het uitgeven verantwoording hoeven af te leggen en kunnen worden weggestemd als ze het niet goed doen?
De politiek heeft het beheer van de publieke sector uit handen gegeven. De PvdA krijgt van kiezers de schuld van falen van beleid van corporaties, zorgaanbieders, schoolbesturen (en toegegeven er zitten daar veel PvdA-leden onder). Een oplossing is op zijn minst democratische controle te herstellen op de hele sociale sector. Niet via het instellen van ledenraden, medezeggenschapsraden en zorgpanels die geen fluit te zeggen hebben, maar door

  1. verplichte verantwoording van beleid, inclusief openheid over de begroting en uitgaven aan alle gebruikers van de voorzieningen. Wie betaalt bepaalt, dus de premiebetaler moet weten wat er met haar geld gebeurt.
  2. organiseren van verkiezingen van de bestuurders. Elke bestuurders krijgt een tijdelijk contract en eventuele verlenging wordt afhankelijk gemaakt van de verantwoording van beleid en de verkiezing van gebruikers van de instelling biedt; dus de zorgontvanger, de leerling/ouder, de huurder et cetera.
    Het zal het klagen over de politiek verminderen. De burger krijgt gelegenheid weer heel direct zelf politiek te bedrijven daar waar het directe belang wordt gevoeld.
Delen.

Over de auteur

Jose Smids

Jose is onderzoeker, opdrachtgevers onder meer IN1school (www.in1school.nl) lid ANED (www.disability-europe.org), bestuurder Inclusie |Nederland, secretary general Inclusion Europe.

  • Lucas V Bilderbeek

    Mooi Stuk met conclusies die ik graag onderschrijf. Meer (democratische) zeggenschap over de verschillende (semi-)publieke instituties waar de burger aan deel moet nemen zoals het onderwijs van de kinderen of de verplichte band met de zorgverzekeraar is nodig.
    Op het gebied van wonen zie ik aangaande de wooncorporaties liever meer experimenten. Laten we de burger meer kansen bieden om zelf een woningbouwcooperatie te starten bijvoorbeeld, dat gebeurd nu nog maar mondjesmaat, terwijl daar wel degelijk kansen liggen.
    Misschien is daarom ook het “right to manage” wel een idee om verder uit te werken (in Nederland gemunt door oud-senator Adri Duivesteijn). Een soort VVE maar dan voor huurders. Juist nu is dit wellicht een belangrijk recht om juridisch vast te leggen. Door de mogelijkheid van buitenlandse investeerders die in de Nederlandse huurmarkt kansen zien om juist de betere (vaak centraal gelegen) woningen op grote schaal van de woningcorporaties weg te kopen is het belangrijk de huurders van deze woningen te beschermen. In het Verenigd Koninkrijk is hier al vele jaren ervaring met deze vorm van zelfbeheer door huurders.

    De in bovenstaande artikel genoemde punten als bestuurdersverkiezingen en beleidsverantwoording onderschrijf ik trouwens van harte.

  • Elmar Smid

    Het artikel van mevrouw Smids draait om zeggenschap, weer
    grip krijgen op instellingen die bepalen hoe ons onderwijs is geregeld, hoe
    onze huurwoningen worden bijgehouden en hoe onze zorg wordt verleend. Daarbij
    gaat ze in op het op afstand plaatsen van collectieve voorzieningen door de
    politiek.

    De oplossingen die mevrouw Smids noemt brengen de zeggenschap
    echter niet perse dichter bij. Door een verkiezingssysteem voor bestuurders op
    te tuigen zijn we er nog niet, want zo’n systeem vraagt om bereidheid om mee te
    doen aan het systeem, informatievoorziening over kandidaten en het vertrouwen dat
    bestuurders luisteren en doen wat ze beloven. Dat zijn dus nog een aantal
    drempels waar we over heen moeten voor zeggenschap bereikt kan worden. Je
    creëert een mogelijkheid voor zeggenschap, maar daarmee zijn de drempels nog
    niet weggenomen en daarmee zijn burgers nog niet geactiveerd. Dat lijkt mij een
    eerste stap waar we mee aan de slag moeten.

    De taak voor de politiek, en de sociaal-democratie in het
    bijzonder, ligt hem er de komende jaren in om weer uit te vinden hoe we onszelf
    weer collectief organiseren. Ons aan te bemoeien tegen de onderwerpen die we
    van waarde vinden, een plek aan tafel af te dwingen en net zo lang door te gaan
    tot de situatie verbetert. Waar mevrouw Smids schrijft dat ombudsteams onmacht
    genereren, zie ik juist daar een taak voor de ombudsteams van de PvdA. Wij
    zouden huurders of zorgbehoevenden moeten kunnen bewegen om samen te spannen en
    samen hun lot te verbeteren. Dat vraagt overigens wel veel inspanningen van
    PvdA leden om dit soort initiatieven te trekken (bijvoorbeeld Lucas’ vereniging
    voor huurders). De FNV is al aan het experimenteren met nieuwe collectieve
    actie: via Young and United worden jongeren, veelal niet-FNV leden, geactiveerd
    om voor de afschaffing van het minimum jeugdloon te strijden. Dit kost de FNV
    veel geld, tijd en energie, maar gaat waarschijnlijk wel slagen, activeert een
    nieuwe groep en leert deze groep dat collectieve actie nog steeds loont. We
    kunnen als PvdA ook met dit soort experimenten aan de slag om weer directe inspraak
    voor burgers te creëren: letterlijk zeggenschap organiseren in de publieke
    sector.