‘Ik heb werk!’ | Wat gaat er goed en wat gaat er mis met de Participatiewet

0

Goed werk is van grote waarde voor een gelukkig leven en veel werkgevers begrijpen die boodschap uitstekend. Maar de aantallen arbeidsbeperkten die naar de werkgevers geloodst worden blijven sterk achter. De Participatiewet kan alleen een succes worden als de SW-bedrijven de kans krijgen en pakken efficiënter te gaan werken en als de indicatiestelling zonder tussenkomst van het UWV aan de gemeenten wordt overgelaten.

Voor het aan het werk helpen en houden van mensen met een beperking komt het een en ander kijken. Je moet de juiste plek en persoon koppelen. Het inwerken vraagt vaak extra tijd en geduld en het is soms nodig aanpassingen aan de organisatie van het werk te plegen. Soms zijn mensen onzeker, hebben een slechte periode of hebben persoonlijk steun nodig. Vanzelfsprekend, als iemand verstandelijk beperkt is, autistisch is of met schizofrenie te kampen heeft. Teamgenoten en de direct leidinggevende hebben tips en adviezen nodig. SW-bedrijven hebben daarin decennia ‘hands on’ ervaring. Daarop wordt door werkgevers die nu garantiebanen (Sociaal-Akkoord-banen voor arbeidsbeperkten) bieden een beroep gedaan. Zij onderkennen die waarde van SW-bedrijven en zonder die hulp gaat het gewoon niet goed. Het is daarom zeer belangrijk dat gemeenten kiezen voor de inzet van hun SW-bedrijf.

Het wordt verder tijd dat de reguliere media die rol van SW-bedrijven ook meer gaan benoemen en niet meer zeggen dat de SW-bedrijven ‘op slot zijn gegaan’. Dat lees je nog steeds en hoor je op tv. Dat is onzin en geldt alleen voor nieuwe instroom in de WSW-regeling. De SW-bedrijven zijn er gewoon, doen hun werk met de 100.000 WSW-medewerkers(!) die zij in dienst hebben. En nog belangrijker, zij helpen mensen met een beperking bij ‘gewone’ niet-SW-bedrijven (in jargon ‘reguliere’ bedrijven) die baan te krijgen. Maar SW-bedrijven kunnen hun rol ter ondersteuning van mensen met een beperking op een aantal andere vlakken wel veranderen.

Samenwerking met ‘de markt’ levert werk en efficiency
De druk om kosten-efficiënt te opereren is niet bij alle SW-bedrijven altijd voldoende gevoeld. Rijk en gemeenten legden de tekorten daar bij. Hier is winst te behalen, in vele opzichten.

Veel arbeidsbeperkten van voor de Participatiewet (mensen in de WSW-regeling) worden door SW-bedrijven individueel bij reguliere bedrijven gedetacheerd. Maar een aantal SW-bedrijven gaat daar al langer veel verder in uit eigen overtuiging dat eigenlijk alle mensen met een beperking een baan bij gewone bedrijven moeten hebben. En er zijn tal van private ondernemers die mee doen. Zo realiseerden zij samen grote groepsdetacheringen van WSW-ers inclusief begeleiding bij reguliere bedrijven of er zijn publiek-private samenwerkingen opgezet tussen een regulier bedrijf en het SW-bedrijf. Marktomstandigheden zorgen dan voor flinke efficiency zonder dat de medewerkers daar onder hoeven lijden. Sterker nog, medewerkers voelen meer eigenwaarde en zijn productiever als zij in een gewoon bedrijf werken. Die samenwerking met private partners zie je in productiewerk, catering, hovenierswerk, schoonmaak bij SW-bedrijven als IBN, Alescon, Atlant en reguliere bedrijven als Vebego, Dolmans, Gaverland en er zijn veel meer voorbeelden. Mensen blij, ondernemers blij. Het SW-bedrijf zou haar werkgeversrol dus zoveel mogelijk gezamenlijk moeten organiseren met de private sector. Belangrijke drijfveer daarbij en mede maatgevend voor zo’n besluit zijn de financiën, want de gekozen samenwerking moet financieel voordeel voor SW-bedrijf en daarmee de gemeente opleveren.

SW-bedrijven kunnen door hun omvang nog een onverwachtse rol spelen. Zij kunnen springplank zijn voor startende ondernemers. SW-bedrijven hebben arbeidskrachten, productie faciliteiten, magazijnen, facturatie-afdelingen, post- en distributiefuncties. Bied als SW-bedrijf je faciliteiten aan starters en geef ze een vliegende start. Wederdienst van de groeiende starter: werk voor de werkzoekenden. Dat gaat bijna vanzelf als je bij elkaar in huis woont. En de marges die te verdelen zijn met die nieuwe ondernemers en nieuwe producten zijn beter dan van het traditionele verpakkingswerk bij SW-bedrijven. In Leiden hebben wij dat ervaren met onze chocolade fabriek maar ook met montagewerk; hier is een belangrijk deel van onze financiële verbetering mee gerealiseerd.

SW-bedrijven moeten dus hun samenwerking met het bedrijfsleven sterk doorzetten, want dat geeft meer arbeidsbeperkten banen voor minder overheidsgeld. Het betekent wel dat de reguliere bedrijven nu écht werkgever worden. Voor de nieuw instromende groep mensen met een beperking geen permanente detacherings-constructies vanuit het SW-bedrijf meer waardoor de Nederlandse overheid de facto straks alle arbeidsbeperkten in dienst heeft en bedrijven maar zeer beperkte werkgevers-verantwoordelijkheid dragen. Het Rijk heeft een no risk polis georganiseerd zodat de hogere ziektelasten niet bij de werkgevers terecht komen. SW-bedrijven ondersteunen de werkgevers met een job coach. En als de werkgever die ondersteuning zelf organiseert is daar financiële steun voor naast de loonkostensubsidie. Onlangs vroeg een grote werkgever mij wat hij dan moest doen met een arbeidsbeperkte op een vaste baan als hij verandering op die afdeling nodig had. Mijn antwoord: als mensen meedraaien in de economie kán er soms sprake zijn van ontslag om functionele of organisatorische redenen. Dat hoort er dus gewoon bij. Laat je als werkgever door de bepérking niet teveel weerhouden, anders komt dat dienstverband er uiteindelijk niet en realiseren wij niet wat we willen. Het SW-bedrijf kan bij ontslag helpen bij opvang en doorleiding naar een andere baan. Velen zijn sceptisch en denken dat detachering door SW-bedrijven bij reguliere werkgevers het maximaal haalbare is. Maar wij moeten nu doorpakken en het commitment uit het Sociaal Akkoord waarmaken. Mensen met een beperking komen (na een proefperiode) in dienst bij reguliere bedrijven.

model_drooge

Naar nieuw beschut werk
Maar wat doen we voor mensen met een beperking die níet met loonkostensubsidie aan een reguliere baan komen. Die zijn dus per definitie aangewezen op een beschutte plek kan je zeggen. Maar hier loopt de Participatiewet op het ogenblik vast. Want te weinig gemeenten kiezen nu voor het organiseren van nieuw beschut werk. Dat komt vooral omdat ze bezorgd zijn over het budget voor de hele groep mensen die via de Participatiewet aan het werk moet worden geholpen. De gemeente betaalt voor een nieuwe beschutte werkplek in de Participatiewet circa € 16.000 per jaar aan loonkostensubsidie. Dat is 70% van het minimum loon en ook ongeveer de gemiddelde uitkeringslast voor een gemeente als iemand in een bijstandsuitkering zit. Tot zover speelt de gemeente dus quitte. Daarnaast betaalt de gemeente € 8.500 per jaar voor de begeleiding bij een beschutte werkplek. Dat geld krijgt de gemeente van het Rijk. Maar de beschutte groep medewerkers kost het SW-bedrijf echter meer dan zij opbrengen en het SW-bedrijf is dus genoodzaakt de gemeente daar geld voor te vragen. Hoe hoog dit bedrag is, verschilt sterk per SW-bedrijf, maar dat additionele bedrag kan oplopen van enige duizenden euro’s tot € 10.000 per plek per jaar. Bovendien zal waarschijnlijk op enig moment door bonden en werkgevers iets afgesproken worden over de arbeidsvoorwaarden voor nieuw beschut werk. Daarop is immers niet de oude WSW CAO van toepassing. Dat zal mogelijk ook extra kosten met zich mee brengen.

Echter, neem het voorbeeld van Mike, een WSW-medeweker in ons SW-bedrijf. Mike kwam vorige week op me af en riep door het bedrijfsrestaurant: “Bas, heb jij Rob verteld dat ik zo hard werk?” “Ja” zeg ik, “Dat heb ik gezien!” Mike kijkt niet trots. Ik weet niet of hij dat kan. Maar hij vraagt mij wel naar wat ik over hem heb gezegd. Mike is anders dan ik. Dat zie je in zijn gezicht. Dat merk je behoorlijk in zijn gedrag. Ik weet ondertussen dat hij autistisch is, niet een beetje. Hij wil aan je zitten, weet niet hoe hij met fysieke afstand tussen jou en hem om moet gaan en is verstandelijk en sociaal beperkt. Maar hij kan dus keihard werken en dat werk levert geld op. Hij maakt stappen in zijn ontwikkeling, sociaal en qua productiviteit. Mike doet repeterend werk en maakt op dit moment onderdelen voor een hightech bedrijf bij Amsterdam. Hij meldt zich eigenlijk nooit ziek en levert kwaliteit. En Mike heeft van zijn ouders geleerd met de bus naar het werk te komen. Hij krijgt salaris. Wat hij doet is geen dagbesteding en hij merkt het verschil. Hij heeft dagelijks economisch iets bij te dragen. Mike kan zeggen: “Ik heb werk!”

De gemeente hoeft voor hem geen bijstandsuitkering te administreren en te controleren en geen dagbesteding te organiseren. Dat scheelt de gemeente vele duizenden euro’s. Mike betaalt inkomstenbelasting en sociale premies, zeer waarschijnlijk dat Mike minder zorg- of andere lasten maakt dan als hij zijn hele leven niet zou werken. Maar gemeenten overwegen deze financiële voordelen meestal niet, omdat de gemeenten die voordelen niet cashen en wel alle voornoemde kosten moet dekken. En hier gaat de Participatiewet mank.

Ten eerste zouden gemeenten hun kosten en baten afweging breder moeten maken gezien het maatschappelijke belang waar zij voor staan. Maar bovendien moeten wij eerst onze SW-bedrijven efficiënter maken. Mike zou niet productief genoeg zijn om een betaalde baan te rechtvaardigen? Nee, eerste vraag moet zijn of de prijs van beschut werk niet nog te hoog is. Hoeveel lager de prijs kan, zal per gemeente verschillen, maar nu al roepen dat ‘t niet uit kan is niet de weg. Door jarenlang ombuigen en aangaan van nieuwe partnerschappen met werkgevers hebben we bij ons SW-bedrijf in Leiden de additionele kosten van een beschutte werkplek terug gebracht van € 9.000 per jaar naar nu € 4.000 per jaar en we zakken komend jaar voor nieuwe beschutte werkplekken nog verder tot onder de € 2.000. Dit ondanks de Rijkssubsidiekorting tot nu toe van € 1.700 per plek per jaar. Dit kon, omdat de gemeente had besloten dat wij de brede groep werkzoekenden met en zonder beperking naar werk konden begeleiden en nieuw beschut werk konden organiseren. Dan kun je als organisatie doorbouwen; met een SW-bedrijf in een ‘sterfhuisconstructie’ voor alleen de oude WSW-ers lukt dat niet en wordt alles duurder. Met zulke financiële verbeteringen staat Leiden niet alleen. Ook andere SW-bedrijven realiseren verbeteringen. En er staan private ondernemingen op die tegen lagere kosten beschut werk willen helpen organiseren. Dat geeft andere conclusies over beschut werk: zo bezien is beschut werk zijn geld zeer waard.

Financiële afspraak tussen Rijk en gemeenten
Rijk en gemeenten moeten er daarom gezamenlijk voor kiezen de mensen aangewezen op beschut werk gewoon hun banen te geven zoals beoogd door de Participatiewet. Gemeenten en SW-bedrijven moeten een ambitieuze efficiency slag realiseren en dat kost tijd. Daar hoort dan bij dat het Rijk over zeg vier of vijf jaar een benchmark doet en een aangepaste bijdrage aan de gemeenten voor een beschutte baan bepaalt op bijvoorbeeld het niveau van de efficiëntste 50% gemeenten. Dat geld krijgen gemeenten er bij. De gemeenten die geen of onvoldoende beschutte banen creëren leveren hun beschutte bijdrage dan gewoon in bij het Rijk. Ze hebben dan wel wat aan hun bewoners uit te leggen. Als alle gemeenten beschut werk organiseren (de schatting is dat dat uiteindelijk gaat om circa 30.000 werkplekken) en het lukt hen de additionele kosten tot zeg € 3.000 tot € 4.000 per plek per jaar te beperken (naast de reeds voorziene loonkostensubsidie en begeleidingskosten) kost dit een additionele € 90 tot 120 mln per jaar boven wat nu is voorzien. Een begin van dat geld moet nu door het Rijk beschikbaar worden gemaakt, anders gebeurt er niks.

Anders dan bij beschut werk zijn de nieuwe banen met loonkostensubsidie bij werkgevers (de garantiebanen) voor de gemeenten financieel al snel interessant om te realiseren. Dit komt omdat de lasten van begeleiding en loonkostensubsidie voor een garantiebaan veel lager zijn dan bij beschut werk en afhankelijk van de loonwaarde al snel lager zijn dan de uitkeringslasten die de gemeente anders draagt.

De komende jaren zakt echter het macro budget voor gemeenten voor al hun arbeidsbemiddeling dat voorliggende jaren al drastisch is gekort van € 2,9 miljard nu naar € 2,3 miljard in 2019. En dat terwijl de groep wel én niet arbeidsbeperkten die de gemeenten met dat geld naar werk moet helpen juist enorm groeit omdat de groep die voor 1 januari 2015 de Wajong in ging er voortaan bij komt. Of de voornoemde efficiëncyslagen tezamen met de natuurlijke krimp van de oude WSW-groep voldoende ruimte geven om de budgetkorting waar te maken is de vraag. Maar ook hier, laten we eerst verdere efficiencies realiseren in de SW-sector én bij de gemeentelijke sociale diensten en hun arbeidsbemiddelingsprocessenen. Rijk en gemeente zullen vervolgens over enige jaren moeten vaststellen, bijvoorbeeld weer door een benchmark, of het Rijk een resttekort moet aanvullen.

Het UWV er tussenuit
Er is nog een belangrijk punt waar de Participatiewet op dreigt vast te lopen. Dat betreft de indicatiestelling door het UWV zoals de wet die nu organiseert. Het UWV bepaalt nu wie mee telt voor een garantiebaan met loonkostensubsidie, wie beschut werk wordt geadviseerd en wie gewoon zonder subsidie een baan moet kunnen vinden. De normen die het UWV hanteert in opdracht van het Ministerie zijn strak. Logisch bij de start van een nieuwe regeling. Alleen als we niet oppassen gaat de trein hier van de rails. Werkgevers zijn in grote getale bezig om hun maatschappelijke rol op te pakken en bieden de zogenaamde garantiebanen aan die zij volgens het sociaal akkoord moeten bieden. Dit is onze kans. En juist nu zien gemeenten en SW-bedrijven mensen die toch echt arbeidsbeperkt zijn zonder doelgroepindicatie voor een garantiebaan terug komen van het UWV. Ook zijn er groepen mensen die de gemeenten niet zien zoals schoolverlaters die nog thuis wonen en dus geen uitkering hebben. Sommige gemeentelijke organisaties hebben iets meer tijd nodig om zich op de nieuwe wet in te stellen en hebben zodoende nog niet voldoende mensen in beeld voor de garantiebanen. Het is daarom zaak de UWV indicatie (voorlopig) te laten vervallen. Anders dreigt dat we de kansen bij de bedrijven niet kunnen gaan vervullen met kandidaten. Doodzonde. Zeker als we binnenkort politiek gaan Zwarte Pieten aan wie het ligt dat we het sociaal akkoord niet vervullen en de Quotumwet in zicht komt. De Quotumwet zal eventueel bedrijven gaan beboeten die niet voldoende arbeidsbeperkten in dienst hebben. Het is zaak niet te snel tot in werking treding van de Quotumwet te besluiten, maar Nederland eerst de kans te geven het nieuwe systeem goed draaiende te krijgen. Geef iedereen de tijd om resultaat te boeken.

Het laten vallen van de UWV indicatie kan als volgt: Als de gemeente vindt dat iemand door een beperking niet het minimumloon kan verdienen, besluit de gemeente loonkostensubsidie in te zetten. Met een gevalideerd loonwaardesysteem wordt op de werkplek de hoogte van de subsidie vastgesteld. Mensen op banen met loonkostensubsidie tellen mee voor de banenafspraak met de werkgevers. Daar is helemaal geen ingewikkelde en dure gang van mensen naar het UWV voor nodig. Beschut werk is voor iedereen die het niet lukt met loonkostensubsidie een baan te vinden door te grote beperkingen. Ook daar is geen UWV toets voor nodig. De gemeente heeft er immers geen belang bij te veel subsidie te verlenen uit haar beperkte budget. Een marginale toets (door het UWV) of het systeem goed wordt toegepast is op zijn plaats en kan de gemeente helpen ook hier efficiënt te zijn want inefficiency leidt er toe dat de gemeente geld tekort komt, niet alle arbeidsbeperkten subsidie mee kan geven en de zwaksten laat zitten.

Als wij de UVW indicatie laten vallen, als SW-bedrijven en gemeenten samen het kostenniveau van gesubsidieerd werk verlagen en het Rijk voor een stukje financieel bijspringt, alleen dan kunnen alle arbeidsbeperkten straks zeggen; “ik heb werk!”

Delen.

Over de auteur

Bas van Drooge

Directeur DZB Leiden (SW- en Re-integratiebedrijf Leidse regio)