Armoede kan je bestrijden, werkloosheid nauwelijks

1

Dat een vrij groot deel van de bevolking niet in zijn eigen inkomen kan voorzien is niet nieuw. Kort na de totstandkoming van het Koninkrijk der Nederlanden is het generaal Van den Bosch die een plan ontwikkelt om dit vraagstuk definitief op te lossen. Zijn idee was als volgt: breng mensen die niet in hun eigen bestaan kunnen voorzien onder in een afgesloten gemeenschap waarin zij tegen kost en inwoning moeten werken. Doordat hun leven regelmaat krijgt en zij arbeidsritme opdoen zullen ze dan na enige tijd weer voor zichzelf kunnen zorgen. Het klinkt logisch. En omdat dit nog niet in deze vorm was toegepast, was het een poging waard. In Oost-Nederland zijn verschillende van derge- lijke gemeenschappen gesticht, waarvan Veenhuizen de bekendste is.

De verwachte resultaten bleven echter uit. Van uitstroming was nauwelijks sprake. De meeste mensen bleven hun hele leven in deze oorden hangen. Tegen de verwachting in wilden gemeenten een groot deel van deze groep ook helemaal niet kwijt. Inwoners leidden weliswaar een marginaal bestaan, maar kon- den in tijden van een groeiende vraag naar

arbeid wel gemakkelijk ingezet worden. De mensen waarvoor Veenhuizen en andere oor- den wellicht effect hadden kunnen hebben, gingen er daarom vaak juist niet naartoe.

In de kern vinden we dezelfde problemen terug bij het moderne arbeidsmarktbeleid. De ambities van het beleid zijn onrealistisch. Men denkt een ingewikkeld probleem met één masterplan op te lossen. Er ligt geen goede probleemanalyse aan ten grondslag. De uitvoerende instanties doen niet wat ze zouden moeten doen. Keer op keer blijkt dat de resultaten sterk tegenvallen. Maar dit vormt geen beletsel om het steeds opnieuw te proberen.

Klik hier om het volledige bericht te downloaden.

Delen.

Over de auteur

Jaap de Koning

Jaap de Koning is wetenschappelijk directeur van SEOR en hoogleraar arbeidsmarktbeleid aan de Erasmus Universiteit.